sprookjes

waarom hou ik zo van sprookjes? Een citaat van Albert Einstein: “Als je wilt dat je kinderen intelligent zijn, lees ze dan sprookjes voor. Wil je dat ze briljant zijn, lees ze meer sprookjes voor.” Hoewel de echte sprookjes meer voor volwassenen bedoeld waren dan voor kinderen. Volksverhalen. Middeleeuwse ‘sproken’ “ter leringh ende vermaeck”. Vaak heftige verhalen in de loop der tijd milder geworden en geschikter voor kinderen. Vooral de Disney versies met altijd een goede afloop.

Maar de echte sprookjes boezemen mijn kinderen behoorlijk wat angst in. Mijn dochter kan niet slapen van Repelsteeltje en De Rode Schoentjes zorgt voor nachtmerries.

Carl Jung heeft het over archetypen, universele beelden , die diep verankerd liggen in het collectieve onbewuste. Ik hou ook erg van Jung. Zijn visie op ‘ de moderne mens’ van de vorige eeuw lijkt nog steeds van kracht. Hij zegt dat ‘ de moderne mens moet inzien dat de bron van al zijn projecties niet buiten hem ligt, maar binnen in hem, in zijn onbewuste. Hij moet inzien dat hij dan wel niet meer in ‘ de duivel’ gelooft, maar dat daarmee het kwaad nog niet is verdwenen. De duivel, de duisternis is in tegenstelling tot het goddelijke, een deel van zijn ziel. Als hij zich dat niet realiseert, zal hij niet opgewassen zijn tegen de krachten van zijn eigen schaduw’.

Sprookjes zijn irrationeel en lijken te gaan over de ziel.

Maar alle kunst en literatuur kan ons in contact brengen met ons diepste zelf. Wat is er dan zo aantrekkelijk aan het sprookje? De ogenschijnlijke eenvoud? De krachtige symbolische betekenis die zo’n oerbeeld als de heks, de tovenaar, de draak, de prinses, de prins kan bevatten? Of is het de vrijheid in stijl, inhoud en taal, waardoor alles mogelijk is in een sprookje?

Of het nu een oeroud volkssprookje is of een sprookje van de Gebroeders Grimm, of een kunstsprookje van Hans Christian Andersen, of een Disneyfilm, of een Russisch sprookje, er zit voor mij iets wezenlijks in. Iets wat gaat over de ziel. En dan vooral de donkere kant.

Hoe gaan we om met onze eigen duisternis?

Dat is een vraag die me boeit en fascineert. In een sprookje is er ruimte voor die duisternis.

En wordt die niet weggerationaliseerd of weggemediteerd en weggemindfulnesst.

Het geeft me gek genoeg een veilig gevoel als de duisternis er mag zijn. Ik had ooit een verlichtend visioen in een paddotrip. De dood lag in het midden van de kamer als een klein babytje in windsels gewikkeld. Ik moest ervoor zorgen.

Want dat is natuurlijk de ultieme duisternis: de dood. Wij zijn als moderne Westerse mensen vergeten hoe daarmee om te gaan. Zeker nu we in grote getale zijn afgewend van het geloof. Sinds Nietzsche eind 19e eeuw zei dat God dood was, weten we niet meer om te gaan met de dood. Als verloren zielen dwalen we nu door de 21e eeuw. Op zoek naar betekenis en zingeving. Naar de betekenis van ons verhaal. Ons levensverhaal. Ons eigen ‘er was eens…’ met onze diepste duisternis.

Eén opmerking over 'sprookjes'

Geef een reactie op Marjolein Reactie annuleren